Von Willebrand-ziekte bij honden: wat betekent het voor operaties
In het kort: Von Willebrand-ziekte is een erfelijke bloedstollingsstoornis bij honden die het risico op langdurig bloeden bij operaties of verwondingen vergroot.
Von Willebrand-ziekte is een erfelijke aandoening waarbij het lichaam te weinig of een afwijkende vorm maakt van von Willebrand-factor, een eiwit dat nodig is om bloedplaatjes goed te laten samenklonteren bij een verwonding. Honden met deze aandoening kunnen bij operaties, bevallingen of zelfs kleine verwondingen langer en heftiger bloeden dan normaal. Bij voorgenomen operaties is het daarom belangrijk om bij risicorassen vooraf te testen, zodat extra voorzorgsmaatregelen genomen kunnen worden.
Wat is von Willebrand-ziekte?
Von Willebrand-factor is een eiwit dat een sleutelrol speelt in de eerste fase van bloedstolling: het helpt bloedplaatjes zich aan de wand van een beschadigd bloedvat te hechten, zodat een prop kan worden gevormd om het bloeden te stoppen. Bij honden met von Willebrand-ziekte is er te weinig van dit eiwit, of werkt het niet goed, waardoor deze eerste stolreactie trager of onvolledig verloopt. Er bestaan verschillende typen, variërend van mild tot ernstig, afhankelijk van hoeveel functioneel eiwit er nog aanwezig is.
Welke honden hebben meer risico?
De aandoening is erfelijk en komt vaker voor bij specifieke rassen, waaronder de Dobermann pinscher (een van de meest getroffen rassen), de Duitse herder, de golden retriever, de Shetland sheepdog en de Schotse herder. Omdat het een genetische aandoening is, kunnen fokkers DNA-tests gebruiken om draagdieren te identificeren en zo het risico in nieuwe nesten te verlagen.
Welke symptomen zie je?
Veel honden met een milde vorm vertonen in het dagelijks leven geen duidelijke klachten en worden pas ontdekt als er onverwacht overmatig wordt gebloed, bijvoorbeeld na een kleine wond, tijdens de wisseling van tanden, bij nagels te kort knippen, of bij een operatie zoals castratie of sterilisatie. Bij ernstigere vormen kunnen spontane neusbloedingen, bloed in de urine of ontlasting, of overmatig bloeden van het tandvlees voorkomen. Omdat de symptomen zo wisselend en subtiel kunnen zijn, blijft de aandoening bij veel honden lang onopgemerkt totdat een ingreep nodig is.
Hoe wordt de diagnose gesteld?
Een specifieke bloedtest meet het niveau van von Willebrand-factor in het blood en kan de aandoening bevestigen en de ernst inschatten. Voor rassen met een bekende genetische mutatie is een DNA-test beschikbaar waarmee ook dragers (honden die de aanleg hebben maar zelf geen klachten tonen) kunnen worden opgespoord, wat vooral belangrijk is voor fokkerij. Veel dierenartsen adviseren om honden van risicorassen standaard te testen voordat een grotere operatie wordt gepland.
Wat betekent dit voor operaties?
Als bij een hond von Willebrand-ziekte bekend is of wordt vermoed, past de dierenarts de aanpak rond een operatie aan: er kan bijvoorbeeld voorafgaand bloed of plasma van een donorhond klaarliggen, extra zorgvuldige chirurgische technieken worden toegepast om bloedverlies te minimaliseren, en de hond wordt na de ingreep langer en nauwkeuriger gecontroleerd op nabloedingen. Bepaalde medicijnen die de bloedstolling verder kunnen beïnvloeden, zoals sommige pijnstillers (NSAID's), worden dan vermeden. Met deze voorzorgen kunnen de meeste honden met von Willebrand-ziekte nog steeds veilig worden geopereerd.
Hoe ga je er in het dagelijks leven mee om?
Informeer elke dierenarts die je hond behandelt, ook voor een tandheelkundige ingreep of een kleine wondbehandeling, over de diagnose, zodat vooraf de juiste voorzorgen genomen kunnen worden. Vermijd onnodig risico op verwondingen en wees voorzichtig met medicijnen die de bloedstolling kunnen beïnvloeden, zonder eerst met de dierenarts te overleggen. Met goede voorbereiding kunnen honden met von Willebrand-ziekte een volledig normaal leven leiden.
Welke medicijnen moet je vermijden bij deze aandoening?
Niet-steroïde anti-inflammatoire pijnstillers (NSAID's), die vaak worden gebruikt tegen gewrichtspijn, kunnen de bloedstolling verder beïnvloeden en worden daarom meestal vermeden bij honden met von Willebrand-ziekte, zeker rondom een operatie. Overleg daarom altijd met de dierenarts voordat je je hond een nieuw medicijn of supplement geeft, ook iets dat zonder recept verkrijgbaar is, zodat het stollingsrisico niet onnodig wordt vergroot. Dit geldt ook voor sommige natuurlijke supplementen die het bloed kunnen verdunnen.
Kan een dragerhond zelf klachten krijgen?
Honden die slechts drager zijn van de genetische mutatie, zonder zelf duidelijk verlaagde von Willebrand-factor-waarden te hebben, vertonen meestal geen symptomen en kunnen doorgaans zonder extra voorzorgen worden behandeld. Het is echter belangrijk voor fokkerij om te weten of een hond drager is, omdat twee dragers samen gefokt een grotere kans hebben op pups die de aandoening zelf wel ontwikkelen. Een DNA-test geeft hierover definitieve duidelijkheid, in tegenstelling tot de functionele bloedtest die alleen het actuele niveau van het eiwit meet.
Is dit uw vakgebied?
Dit artikel is geschreven op basis van algemene diergeneeskundige kennis. Bent u dierenarts of specialist op dit gebied? Claim dit artikel om uw naam, praktijk en contactgegevens eraan te koppelen als vakinhoudelijk aanspreekpunt voor lezers — en lever desgewenst uw eigen tekst en foto's aan.
Geclaimd door: — (nog niet geclaimd)
Mist u een onderwerp?
Staat een vraag, ziektebeeld of onderwerp hier nog niet behandeld? Draag zelf een artikel of onderwerp aan — als dierenarts, specialist of gewoon als huisdiereigenaar met een goede suggestie. Vakinhoudelijke bijdragen van dierenartsen worden bij plaatsing voorzien van naam en praktijkvermelding.