Reizen met huisdier in Europa: wat regel je vooraf?
In het kort: Een EU-paspoort, geldige rabiësvaccinatie en eventueel ontworming voor lintwormen — dit zijn de basisregels.
Met uw hond, kat of fret op vakantie binnen de Europese Unie? Dat kan, maar er gelden duidelijke regels. Wie ze niet naleeft loopt het risico aan de grens te worden tegengehouden of erger: het dier in quarantaine te moeten plaatsen.
De drie basisvereisten voor EU-reizen
- Een microchip volgens ISO-standaard 11784/11785 (de standaard van Nederlandse dierenartsen)
- Een geldige rabiësvaccinatie — minimaal 21 dagen oud op het moment van reizen, en niet ouder dan de werkingsduur (1 of 3 jaar afhankelijk van vaccin)
- Een Europees Dierenpaspoort waarin chipnummer en vaccinatie zijn vastgelegd
De volgorde is belangrijk: de chip moet er vóór de rabiësvaccinatie inzitten. Krijgt uw dier een vaccinatie zonder chip, dan moet de vaccinatie opnieuw na het chippen.
Specifiek voor sommige landen: lintwormbehandeling
Voor het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Malta, Noorwegen en Finland geldt een aanvullende eis voor honden: een ontworming tegen lintworm met praziquantel, toegediend tussen 24 en 120 uur (1-5 dagen) voor binnenkomst. De dierenarts noteert dit in het paspoort. Niet doen = geweigerd worden bij de douane.
Eerste paspoort: hoe regel je dat?
Bij uw eigen dierenarts. Bring de chipgegevens en het entboekje mee. De dierenarts vult het paspoort in, zet uw dier in zijn systeem en u krijgt het paspoort mee. Houd er rekening mee dat een nieuwe rabiësvaccinatie 21 dagen nodig heeft om geldig te worden — plan dit dus minimaal drie weken voor vertrek.
Zuid-Europa: aanvullende risico's
De EU stelt geen extra eisen, maar in Zuid-Europa lopen honden risico op ziekten die in Nederland niet of nauwelijks voorkomen:
- Leishmaniasis — wordt overgedragen door zandvliegen, vooral in Spanje, Portugal, Italië, Griekenland
- Hartwormen — overgedragen door muggen
- Babesia — via teken; ernstige bloedarmoede
- Ehrlichia — via teken
Voor reizen naar deze regio's is een aanvullende preventie wenselijk. Bespreek met uw dierenarts welke combinatie van middelen geschikt is — het verschilt per regio en seizoen.
Praktisch onderweg
- Reizen met een hond in de auto: regelmatig pauzeren, schaduw, zorg voor water. Nooit alleen achterlaten in een geparkeerde auto, ook niet "even" — temperaturen lopen razendsnel op.
- Vliegen: regels verschillen per maatschappij. Kleine dieren in de cabine, grotere in het bagageruim (klimaatgecontroleerd). Niet alle dieren zijn geschikt om te vliegen — kortsnuitige rassen (mopshond, Franse bulldog, Pers) lopen extra risico.
- Trein: in Nederland en veel andere landen mogen kleine honden in een tas mee, grotere aan de leiband; vaak is een ticket nodig.
Laatste tip
Maak van een digitale kopie van het paspoort, vaccinatiestatus en chipnummer. Bij verlies onderweg kunt u dan sneller schakelen. En noteer de dichtstbijzijnde dierenarts op uw vakantieadres — bij gezondheidsproblemen scheelt dat zoekwerk.