Ontworming bij honden: schema en hoe vaak ontwormen?
In het kort: Pups ontworm je elke 2 weken tot 3 maanden, volwassen honden meestal 4x per jaar.
Pups worm je tot de leeftijd van drie maanden elke twee weken, daarna maandelijks tot zes maanden en vervolgens minimaal vier keer per jaar. Hoe vaak een volwassen hond precies ontwormd moet worden, hangt af van leeftijd, leefstijl en of je ontlastingsonderzoek gebruikt in plaats van standaard chemisch ontwormen.
Waarom is ontworming belangrijk?
Wormen kunnen bij honden klachten geven zoals een opgezette buik, gewichtsverlies, een doffe vacht of diarree, maar vaak zijn er helemaal geen zichtbare symptomen terwijl de besmetting toch aanwezig is. Daarnaast is ontworming niet alleen belangrijk voor de hond zelf: sommige wormsoorten, zoals de spoelworm, kunnen in uitzonderlijke gevallen ook op mensen overgaan. Dit noemen we een zoönose. Vooral kinderen die veel met honden spelen en hun handen minder goed wassen, lopen hierbij een iets groter risico. Regelmatig ontwormen beperkt dit risico aanzienlijk.
Welke wormen komen het meest voor bij honden?
Bij honden komen vooral spoelwormen, lintwormen, haakwormen en in sommige gevallen zweepwormen voor. Spoelwormen zijn het meest bekend en komen vooral bij pups vaak voor, omdat ze al voor de geboorte via de moederhond of via de moedermelk kunnen worden doorgegeven. Lintwormen worden meestal overgedragen via vlooien of via het eten van besmette prooidieren zoals muizen. Haakwormen kunnen via besmette grond of via de huid binnendringen, vooral bij honden die veel buiten lopen.
Schema per levensfase
Puppy's
Pups kunnen al voor de geboorte of via de moedermelk besmet raken met wormen, daarom is het schema in de eerste maanden strakker. Vanaf twee weken oud tot drie maanden wordt elke twee weken ontwormd, daarna tot de leeftijd van zes maanden eens per maand.
Volwassen honden
Bij een volwassen, gezonde hond wordt vier keer per jaar ontwormen als algemene richtlijn gehanteerd, ongeveer elk kwartaal. Honden die veel buiten komen, jagen op knaagdieren, rauw vlees eten of regelmatig contact hebben met andere honden, lopen een hoger risico en kunnen baat hebben bij vaker ontwormen of extra controle.
Oudere honden
Voor senior honden geldt in principe hetzelfde schema als voor volwassen honden, al kan de dierenarts bij een verminderde weerstand of andere gezondheidsproblemen een aangepast advies geven.
Chemisch ontwormen of ontlastingsonderzoek?
Er zijn twee hoofdstrategieën. Bij chemisch ontwormen geef je op vaste momenten een ontwormingsmiddel, ongeacht of er daadwerkelijk wormen aanwezig zijn. Bij ontlastingsonderzoek wordt een mestmonster in het laboratorium onderzocht op de aanwezigheid van wormen of wormeieren, en wordt alleen behandeld als dat nodig is. Dit laatste is milieuvriendelijker en voorkomt onnodig medicijngebruik, maar vraagt wel meer discipline: je moet namelijk op tijd monsters inleveren, meestal elke twee tot drie maanden. Veel dierenartsen adviseren een combinatie: standaard ontwormen voor pups en risicogroepen, en ontlastingsonderzoek als alternatief voor gezonde volwassen honden met een laag risico.
Verschil tussen buiten- en binnenhonden
Een hond die veel buiten is, in bossen of weilanden loopt, snuffelt aan uitwerpselen van andere dieren of jaagt op muizen en konijnen, heeft een duidelijk hogere kans op een worminfectie dan een hond die vooral binnen en in de tuin verblijft. Voor honden met een hoog risico wordt vaker ontwormen of frequenter ontlastingsonderzoek aangeraden. Een hond die zelden buiten het eigen erf komt, kan in overleg met de dierenarts soms met minder vaak ontwormen toe, al blijft een basisschema verstandig omdat besmetting ook via vlooien of besmet voer kan plaatsvinden.
Vlooien en wormen: een gecombineerd verhaal
Vlooien kunnen de lintworm overbrengen, dus een goede vlooienbestrijding is een belangrijk onderdeel van een compleet ontwormingsschema. Bespreek met je dierenarts welke combinatie van middelen het beste past bij de leefstijl van jouw hond.
Wat merk je aan een hond met wormen?
Niet elke hond met wormen laat duidelijke klachten zien, maar let op signalen zoals een opgezette of bolle buik, gewichtsverlies ondanks normaal eten, een doffe of ruwe vacht, slijmerige of bloederige ontlasting, en soms zichtbare wormdelen of eitjes rond de anus of in de ontlasting. Bij jonge pups kunnen wormen daarnaast leiden tot een opvallend bolle buik en een verminderde groei. Zie je een van deze signalen, neem dan contact op met je dierenarts, ook buiten het vaste ontwormingsschema om.
Veelgestelde vragen
Is dit uw vakgebied?
Dit artikel is geschreven op basis van algemene diergeneeskundige kennis. Bent u dierenarts of specialist op dit gebied? Claim dit artikel om uw naam, praktijk en contactgegevens eraan te koppelen als vakinhoudelijk aanspreekpunt voor lezers — en lever desgewenst uw eigen tekst en foto's aan.
Geclaimd door: — (nog niet geclaimd)
Mist u een onderwerp?
Staat een vraag, ziektebeeld of onderwerp hier nog niet behandeld? Draag zelf een artikel of onderwerp aan — als dierenarts, specialist of gewoon als huisdiereigenaar met een goede suggestie. Vakinhoudelijke bijdragen van dierenartsen worden bij plaatsing voorzien van naam en praktijkvermelding.