Epilepsie bij honden: rasgevoeligheid, aanval en medicatie
In het kort: Epilepsie is de meest voorkomende hersenaandoening bij honden; vaak erfelijk bij Border Collies, Labradors en Beagles.
Wat is epilepsie bij honden?
Epilepsie bij honden is de meest voorkomende neurologische aandoening bij de hond en treft naar schatting enkele procenten van alle honden; het gaat om periodieke, ongecontroleerde aanvallen (toevallen) door abnormale elektrische activiteit in de hersenen. Bij honden gaat het vaak om idiopathische epilepsie, een vermoedelijk erfelijke vorm die duidelijk vaker voorkomt bij specifieke rassen zoals de Border Collie, de Labrador Retriever en de Beagle, en die om een eigen, langdurig medicatiebeleid vraagt.
Idiopathische versus symptomatische epilepsie bij honden
Bij honden wordt onderscheid gemaakt tussen idiopathische epilepsie en symptomatische epilepsie. Idiopathische epilepsie is de meest voorkomende vorm en betekent dat er geen aanwijsbare onderliggende oorzaak in de hersenen wordt gevonden; vermoedelijk speelt erfelijkheid hier een grote rol. Deze vorm begint meestal tussen het eerste en vijfde levensjaar en komt duidelijk vaker voor bij bepaalde rassen, waaronder de Border Collie, de Labrador Retriever, de Beagle, de Duitse Herder, de Golden Retriever en de Australische Herder, wat wijst op een genetische component. Symptomatische epilepsie heeft wel een aanwijsbare oorzaak, zoals een hersentumor, een eerdere hoofdverwonding, een infectie van het centrale zenuwstelsel, lever- of nierfalen, of vergiftiging. Deze vorm komt vaker voor bij honden die pas op oudere leeftijd voor het eerst aanvallen krijgen.
Hoe ziet een aanval eruit?
Een klassieke aanval (een zogenoemde gegeneraliseerde aanval) verloopt vaak in fasen. Vooraf kan de hond zich al vreemd gedragen, onrustig, aanhankelijk of juist angstig (de aura-fase). Tijdens de aanval zelf valt de hond vaak om, wordt stijf, trappelt of maakt zwemmende bewegingen met de poten, kwijlt, kauwt met de kaken, en kan ongecontroleerd plassen of poepen. De hond is hierbij niet bij bewustzijn en reageert niet op aanspreken. Na de aanval (postictale fase) is de hond vaak verward, tijdelijk blind, extreem dorstig of hongerig, onrustig of juist heel slaperig; dit kan van minuten tot soms een hele dag duren. Sommige honden hebben ook kleinere, partiële aanvallen, waarbij slechts een deel van het lichaam trekt of er vreemd, kortdurend afwezig gedrag optreedt.
Wat te doen tijdens een aanval
- Blijf kalm; de hond is zich niet bewust van wat er gebeurt en voelt op dat moment geen angst zoals u die misschien wel voelt
- Verwijder voorwerpen in de buurt waar de hond zich aan kan verwonden, maar forceer de hond niet in een bepaalde houding
- Raak de bek niet aan; honden kunnen tijdens een aanval onbewust en krachtig bijten, ook hun eigen baasje
- Zorg voor een rustige, donkere, stille omgeving zonder fel licht of harde geluiden
- Neem de tijd op zodra de aanval begint
- Film de aanval als dat veilig kan; dit is enorm waardevol voor de dierenarts
- Houd de hond na de aanval warm en rustig totdat hij volledig is bijgekomen
Status epilepticus: een levensbedreigend spoedgeval
Een aanval die langer dan vijf minuten aanhoudt, of meerdere aanvallen kort na elkaar zonder volledig bewustzijnsherstel tussendoor, wordt status epilepticus genoemd en is een acuut levensbedreigend spoedgeval. Door de aanhoudende spiersamentrekkingen kan de lichaamstemperatuur gevaarlijk snel stijgen (hyperthermie), en kan er blijvende hersenschade ontstaan. Rijd in dit geval direct naar de dichtstbijzijnde (spoed)dierenkliniek; onderweg bellen zodat men zich kan voorbereiden, bespaart kostbare tijd. In de kliniek wordt de aanval met spoedmedicatie, vaak via een infuus of rectaal toegediend, zo snel mogelijk gestopt.
Diagnose
De dierenarts stelt de diagnose op basis van het verhaal van de aanvallen (vandaar het belang van een video), lichamelijk en neurologisch onderzoek, en bloedonderzoek om andere oorzaken zoals lever-, nier- of bloedsuikerproblemen uit te sluiten. Bij twijfel of bij atypische aanvallen kan verwijzing naar een specialist voor beeldvorming van de hersenen (MRI) en eventueel ruggenmergvocht-onderzoek aan de orde zijn.
Behandeling op lange termijn
Niet elke hond met één enkele aanval krijgt direct medicatie; de dierenarts kijkt naar de frequentie en ernst. Bij regelmatig terugkerende aanvallen wordt meestal gestart met dagelijkse anti-epileptische medicatie, zoals fenobarbital of kaliumbromide, vaak aangevuld of vervangen door nieuwere middelen zoals levetiracetam, afhankelijk van de hond en eventuele bijwerkingen. Deze medicatie moet zeer consequent en op vaste tijden gegeven worden; plotseling stoppen kan juist een zware aanval uitlokken. Regelmatige bloedcontroles zijn nodig om de medicatiespiegel en de belasting van lever en nieren te controleren. Het doel van de behandeling is niet altijd het volledig stoppen van alle aanvallen, maar wel het sterk verminderen van frequentie en ernst, zodat de hond een goede kwaliteit van leven houdt.
Vooruitzicht
Met een goed ingestelde behandeling leiden veel honden met epilepsie nog jarenlang een goed leven. Rassen met een erfelijke aanleg hebben soms een iets lastiger te reguleren vorm, maar ook bij hen is met geduld en goede medicatie-opvolging vaak een stabiele situatie te bereiken.
Is dit uw vakgebied?
Dit artikel is geschreven op basis van algemene diergeneeskundige kennis. Bent u dierenarts of specialist op dit gebied? Claim dit artikel om uw naam, praktijk en contactgegevens eraan te koppelen als vakinhoudelijk aanspreekpunt voor lezers — en lever desgewenst uw eigen tekst en foto's aan.
Geclaimd door: — (nog niet geclaimd)
Mist u een onderwerp?
Staat een vraag, ziektebeeld of onderwerp hier nog niet behandeld? Draag zelf een artikel of onderwerp aan — als dierenarts, specialist of gewoon als huisdiereigenaar met een goede suggestie. Vakinhoudelijke bijdragen van dierenartsen worden bij plaatsing voorzien van naam en praktijkvermelding.