Diabetes bij katten: insuline, voeding en kans op remissie
In het kort: Diabetes bij katten: symptomen, insulinebehandeling en de reële kans op remissie met het juiste dieet.
Diabetes bij katten ontstaat meestal doordat lichaamscellen minder goed reageren op insuline, met als gevolg veel drinken, veel plassen en gewichtsverlies ondanks een goede eetlust, en in tegenstelling tot honden hebben katten met de juiste voeding en vroege behandeling een reële kans om weer zonder insuline te kunnen leven.
Hoe ontstaat diabetes bij katten?
Bij de meeste katten met diabetes is er sprake van type 2-achtige diabetes: de alvleesklier maakt nog wel insuline aan, maar de lichaamscellen reageren hier onvoldoende op, vaak als gevolg van overgewicht en een langdurig koolhydraatrijk dieet. Hierdoor blijft er te veel glucose in het blood, wat de alvleesklier uiteindelijk verder uitput. Oudere, te zware katten en bepaalde rassen, waaronder de Burmees, hebben een hogere kans op diabetes.
Welke symptomen vallen op?
Klassieke signalen zijn sterk toegenomen dorst en een duidelijk grotere kattenbak-inhoud, ondanks een normale of zelfs toegenomen eetlust. Toch vermagert de kat, omdat het lichaam de opgenomen voeding niet goed kan benutten zonder werkzame insuline. Sommige katten ontwikkelen een opvallende, zakkende manier van lopen op de achterpoten, veroorzaakt door zenuwschade door langdurig hoge bloedsuikers. Bij een vergevorderd, onbehandeld stadium kunnen lusteloosheid, braken en een zoetige adem optreden, wat kan wijzen op een levensbedreigende complicatie.
Hoe wordt de diagnose gesteld?
Bloedonderzoek laat een verhoogde glucosewaarde zien, en omdat stress bij katten de bloedsuiker tijdelijk kan verhogen, wordt vaak ook fructosamine gemeten, een waarde die de gemiddelde bloedsuiker van de afgelopen weken weerspiegelt en dus minder gevoelig is voor stress tijdens het bezoek. Urineonderzoek bevestigt de aanwezigheid van glucose in de urine en sluit een blaasinfectie uit, die bij diabetische katten vaker voorkomt.
Hoe werkt de insulinebehandeling?
De meeste katten met diabetes krijgen één of twee keer per dag een insuline-injectie onder de huid, met een zeer dun naaldje dat door de meeste eigenaren na wat oefening goed te hanteren is. De dosering wordt afgestemd met bloedsuikercurves, waarbij de bloedsuiker op meerdere momenten van de dag wordt gemeten om het effect van de insuline te volgen. Thuismeting met een kleine glucosemeter, soms met een sensor die continu meet, helpt om de behandeling nauwkeurig te volgen zonder steeds naar de kliniek te moeten.
Waarom is remissie bij katten wél mogelijk en bij honden niet?
Bij katten is de diabetes vaak nog grotendeels terug te draaien omdat de alvleesklier bij een deel van de dieren nog functionerende cellen heeft die enkel "overbelast" zijn geraakt door overgewicht en hoge bloedsuikers. Met een streng koolhydraatarm, eiwitrijk dieet, gewichtsverlies en goede insulineregulatie in de eerste weken na diagnose kan de alvleesklier bij sommige katten herstellen, waardoor insuline niet langer nodig is: dit heet remissie en komt bij een deel van de tijdig behandelde katten voor. Bij honden is diabetes vrijwel altijd het gevolg van blijvende schade aan de insulineproducerende cellen zelf, vaak door een auto-immuunproces, waardoor er bij honden structureel te weinig insuline wordt aangemaakt en levenslange insulinebehandeling nodig blijft zonder kans op remissie.
Welke voeding ondersteunt de behandeling?
Een koolhydraatarm, eiwitrijk natvoer wordt bij katten met diabetes sterk aangeraden, omdat dit de bloedsuikerschommelingen na het eten beperkt. Gewichtsverlies bij overgewicht gebeurt het beste geleidelijk, omdat te snel afvallen bij katten het risico op hepatische lipidose, een gevaarlijke vetstapeling in de lever, vergroot.
Waar moet je op letten als je een kat met diabetes thuis verzorgt?
Vaste tijden voor voeren en insuline geven zorgen voor een voorspelbaar effect op de bloedsuiker, en het is belangrijk om de kat niet zomaar extra voer of snacks te geven buiten het afgesproken schema. Let op signalen van een te lage bloedsuiker, zoals trillen, wankel lopen of extreme sloomheid, want dit kan een spoedsituatie zijn waarbij direct wat suiker op het tandvlees aangebracht moet worden en de dierenarts gebeld moet worden.
Wat gebeurt er als de behandeling niet goed wordt opgevolgd?
Zonder regelmatige controle en een consistente aanpak kan de bloedsuiker sterk blijven schommelen, wat het lichaam blijvend belast en de kans op remissie verkleint. Onregelmatige insulinegift of een wisselend dieet maakt het voor de dierenarts ook moeilijker om de juiste dosering te bepalen, waardoor de kat langer last kan hebben van de symptomen en het risico op complicaties, zoals zenuwschade in de achterpoten, toeneemt.
Veelgestelde vragen
Is dit uw vakgebied?
Dit artikel is geschreven op basis van algemene diergeneeskundige kennis. Bent u dierenarts of specialist op dit gebied? Claim dit artikel om uw naam, praktijk en contactgegevens eraan te koppelen als vakinhoudelijk aanspreekpunt voor lezers — en lever desgewenst uw eigen tekst en foto's aan.
Geclaimd door: — (nog niet geclaimd)
Mist u een onderwerp?
Staat een vraag, ziektebeeld of onderwerp hier nog niet behandeld? Draag zelf een artikel of onderwerp aan — als dierenarts, specialist of gewoon als huisdiereigenaar met een goede suggestie. Vakinhoudelijke bijdragen van dierenartsen worden bij plaatsing voorzien van naam en praktijkvermelding.